up: 0,0 dagen


 

 
 
 
 
 

 
 

 
 
 
 


Bomen zijn zich in zekere zin 'bewust' van hun gewicht, en passen hun stam daar op aan
...Dat hebben onderzoekers van de universiteit van Helsinki ontdekt. Hun bevindingen zijn terug te vinden in het blad Current Biology.

Veel bomen kunnen behoorlijk groot worden en met al die takken en bladeren ook een behoorlijk gewicht hebben. Het vereist vanzelfsprekend een sterke en stabiele stam om dat alles in de lucht te kunnen houden. Je mag dan ook verwachten dat bomen hun stam in reactie op het gewicht – dat toeneemt naarmate de jaren vorderen – op de één of andere manier kunnen versterken. En dat is precies wat onderzoekers in de nieuwe studie aantonen.

De wetenschappers richtten zich op de zachte berk (Betula pubescens). Ze hingen gewichten in de bomen en keken hoe de bomen daarop reageerden. Het leidt tot de ontdekking dat bomen in reactie op extra gewicht inderdaad in staat zijn om hun stam wat op te dikken en zo hun stabiliteit te waarborgen. Maar niet alle onderzochte berken deden dat. “Wanneer bomen de vrijheid hadden om heen en weer te zwaaien, werden ze in reactie op het toegevoegde gewicht dikker,” vertelt onderzoeker Juan Alsonso-Serra aan Scientias.nl. “Maar die reactie zagen we niet bij de meer statische bomen.”

De ontdekking dat bomen hun stamdikte aan kunnen passen aan hun eigen gewicht, lijkt te vereisen dat ze zich ‘bewust’ zijn van hun gewicht. Het gaat te ver om bomen op basis van dit onderzoek een bewustzijn toe te rekenen, maar ze moeten een gewichtstoename wel op de één of andere manier kunnen opmerken. Hoe dat precies zit, weten onderzoekers nog niet. “Onze volgende stap is onderzoeken hoe de bomen massa waarnemen. Dat is iets wat in planten nog nauwelijks onderzocht is. Onze eerste analyse wijst erop dat er genen bij betrokken zijn die ook een rol spelen in de reactie op aanraking.” Naast de zachte berk bestudeerden de onderzoekers namelijk ook een van nature voorkomende mutant die in tegenstelling tot ‘normale’ bomen niet in staat is om zijn stam aan te passen aan een toename in gewicht. Het resultaat is dat deze mutant gedurende een maand of drie net zo groeit als een ‘normale’ boom, waarna de stam net boven de grond ombuigt en de boom compleet instort. Een vergelijking van het genoom van deze mutant en het genoom van gezonde berken brengt de onderzoekers op het spoor van een gen dat bomen in staat stelt om op hun eigen gewicht te reageren.

Onduidelijk is nog of ook andere boomsoorten in staat zijn om – net als de berk – de dikte van de stam af te stemmen op het gewicht. “We weten het niet,” stelt Alonso-Serra. “We hebben hetzelfde experiment wel uitgevoerd met andere berkensoorten en zagen toen dezelfde reactie. Maar andere bomen hebben weer andere houtkenmerken en groeigewoonten die wellicht hun reactie (op een gewichtstoename, red.) beïnvloeden.”

Er valt al met al dus nog genoeg te onderzoeken. En dat onderzoek is zeker de moeite waard, zo vindt Alonso-Serra. “We leven in een tijd waarin onze waardering voor planten vaak gebaseerd is op hun productiviteit of schoonheid. Hoewel bomen een centrale rol spelen in ecosystemen en de strijd tegen klimaatverandering, blijft het voor mensen lastig om zich met planten te associëren en ze te beschermen. Dit onderzoek onthult hoe bomen heel dynamisch met hun eigen problemen omspringen, door de manier waarop ze groeien aan te passen. Het begrijpen van het onderliggende mechanisme is niet alleen belangrijk als je meer wilt weten over de ontwikkeling van planten, maar kan ook onze kijk op bomen veranderen.”

https://www.scientias.nl    18-2-2020


Deze Rotterdamse fotograaf maakte 500 kiekjes van zijn favoriete boom
Tijdens een ochtendwandeling in 2015 viel het fotograaf Roderik van Nispen ineens op: hoe mooi het licht viel tussen de springerige takken van een eenzame esdoorn in het Kralingse Bos. Vijf jaar later en vijfhonderd foto’s verder komt Van Nispen er nog steeds bijna elke dag langs. Met hondje Don én zijn camera.

Van Nispen begon vijf jaar geleden met het fotograferen van de boom. Om het vijfhonderdste plaatje te vieren, heeft de Rotterdamse fotograaf een timelapse gemaakt door alle beelden in een video achter elkaar te monteren. Op de vijfhonderd foto’s die Van Nispen inmiddels van de esdoorn gemaakt heeft, is te zien hoe het landschap met de seizoenen verandert. Van gouden herfstbladeren tot aan zomers groen.

Het is een beetje een eenzame boom. Hij staat niet veilig tussen de andere bomen in het Kralingse Bos. Hij neemt voor lief wie of wat er toevallig voorbijkomt of in beeld staat. Meestal staat hij parmantig op een open vlakte, soms met hond Don in beeld, soms met de hekken van het CHIO eromheen.

De meeste foto’s maakt Van Nispen zo rond 08.30 uur. Het is een privéproject, een grapje eigenlijk, naast zijn werk als fotograaf dat hem de hele wereld over brengt. Via Instagram doorleven de boom en de hagen daarachter het ene seizoen na het andere. Altijd gefotografeerd vanaf dezelfde plek, gevaarlijk dicht bij de rand van een sloot. Dat is nu eenmaal de juiste afstand tot de boom, zegt de fotograaf.

Eigenlijk weet Van Nispen maar bar weinig over de boom die hij zo vaak fotografeert. Dat het een esdoorn is bijvoorbeeld, te zien aan de honderden helikoptertjes tussen de takken? Nee, geen idee. Hoe oud hij is? Ook niet. Tijdens het beroemde Holland Pop festival in 1970 had hij zijn plekje op het grasveld al, kan Van Nispen wél vertellen, want hij kreeg ooit een foto van het festival mét boom opgestuurd van een fan.

Van Nispen is voorlopig nog niet klaar met zijn boom. ,,Zolang hij er staat en zolang ik erlangs loop, blijf ik foto’s maken.’’ Hij maakt zich wel zorgen over de staat van de esdoorn. ,,Ik ben geen bomenkenner, maar er zit tegenwoordig aardig wat mos op de stam. Misschien een teken dat het niet goed gaat. Maar vooralsnog zeg ik: op naar de duizend.’’

Bijk een video (timelapse) en een aantal foto's op op de site van het AD
https://www.ad.nl    11-2-2020


Een biljoen bomen? Daarmee redden we de aarde niet
Van Timmermans tot Trump, velen zien het planten van bomen als een wondermiddel tegen klimaatverandering. Wetenschappers zijn voorzichtig: „Verlaag je verwachtingen.”

Lijkt het maar zo, of wil iedereen, in de strijd tegen een opwarmende aarde, opeens boompjes planten? In Europa moeten er twee miljard bij komen, zo opperde eurocommissaris Frans Timmermans vorige maand als onderdeel van zijn Green Deal. In Groot-Brittannië gingen de afgelopen maanden soortgelijke getallen rond, alleen al voor dat land. De Verenigde Staten sloten zich deze week aan bij een internationaal initiatief om een biljoen bomen te planten: president Trump zelf bracht het nieuws in Davos. En de opties voor mensen om vrijwillig een boom te laten planten – bij de aankoop van spullen, bij het browsen, zomaar – schieten als paddestoelen uit de grond. Help mee een miljard bomen te planten in de Amazone! Vergroen Afrika!

„Er is een hype nu, maar bomen planten kan echt wel helpen”, zegt Gert-Jan Nabuurs, hoogleraar Europese bossen aan de Wageningen University & Research. „Ook grote partijen, zoals bedrijven en pensioenfondsen, raken geïnteresseerd.” Toch zitten aan het planten van bomen allerlei mitsen en maren, zo leert een duik in de wetenschappelijke literatuur en een rondgang langs een twaalftal bosdeskundigen, ecologen, klimaatonderzoekers en beleidswetenschappers.

Het idee is zo simpel. Een boom haalt het broeikasgas CO2 uit de lucht, zet dat in combinatie met zonlicht om in suikers, en gebruikt die suikers onder andere om te groeien. Daarmee ligt (een deel van) de opgenomen koolstof vast. Hoe meer bomen je plant, hoe meer CO2 je vastlegt. Wat je daarmee wel niet kunt bereiken, daarover heeft een aantal studies de laatste jaren torenhoge verwachtingen gewekt. Met name een publicatie in Science vorig jaar juli trok veel aandacht. Maar die werd ook meteen bedolven onder de kritiek. Volgens deze studie zou 0,9 miljard hectare extra aan land bebost kunnen worden – een gebied bijna zo groot als de VS. En daarmee zou in totaal 205 gigaton koolstof (GtC) vast te leggen zijn. Dit getal moet over decennia worden uitgesmeerd – de periode dat bomen groeien – maar welke periode, dat zeiden de auteurs er niet bij. Dus was ook niet duidelijk hoeveel koolstof er gemiddeld per jaar vastgelegd zou kunnen worden. Ter vergelijking: vorige maand publiceerde een grote groep wetenschappers onder leiding van Pierre Friedlingstein van de Universiteit van Exeter de jaarlijkse koolstofbalans van de aarde, dit keer over het jaar 2018. Hun berekeningen komen erop uit dat de mens circa 9,5 GtC uitstootte met het verbranden van fossiele brandstoffen. Deze post bleek veel groter dan de post van bomen. Die verrekent CO2-uitstoot (door ontbossing, selectieve houtkap, natuurlijke afbraak) met CO2-vastlegging (bebossing, natuurlijk herstel). Deze post kwam uit op een netto uitstoot van circa 1,5 GtC. Voor 2017 waren de cijfers vergelijkbaar, respectievelijk 9,4 en 1,5.

Toch was voor de auteurs van het Science-artikel de conclusie duidelijk. Boomherstel is onze meest effectieve oplossing om klimaatverandering tegen te gaan, schreven ze. „Nonsens”, reageert Pierre Friedlingstein, hoogleraar wiskundige modellering van het klimaatsysteem. „Ik heb nog nooit een publicatie gezien waarop zoveel negatieve reacties zijn ingezonden, en ook geplaatst.” Science plaatste er zes, waarvan Friendlingstein er, samen met vier collega’s, eentje schreef. Elk commentaar wijst op andere zwakheden in de studie. „Mijn advies:”, zegt Friedlingstein over de potentie van bosherstel, „verlaag je verwachtingen”. Wat we ook doen met de bossen, zegt hij, het zal niet genoeg zijn om de huidige uitstoot van fossiele brandstoffen weg te werken. In zijn ogen blijft het snel uitfaseren van die fossiele brandstoffen „number one” om te doen.

Dat zegt ook Jonathan Doelman van het Planbureau voor de Leefomgeving. Aan massale herbebossing kleven allerlei risico’s, zo beschreef hij afgelopen oktober met collega’s in een artikel in Global Change Biology. De aangewezen plek voor deze operatie is de tropen. Want hier groeien bomen het snelst, en leggen ze dus relatief veel koolstof vast. Daarbij zijn er aanwijzingen dat tropisch bos via verdamping en wolkenvorming ook nog eens zorgt voor koeling.

Maar als in de tropen het bos uitbreidt, zegt Doelman, is er minder grond voor landbouw. En die wil ook uitbreiden, juist in dit gebied – de huidige ontbossing is vooral in de tropen. Want de groeiende bevolking hier moet gevoed, en vanuit het buitenland is er een toenemende vraag naar bijvoorbeeld vlees en zuivel – bos maakt plaats voor weilanden of voor akkers vol veevoer. „Bosherstel kan dus leiden tot meer honger in Afrika en Zuid-Azië”, zegt Doelman. Verder, zegt Doelman, kunnen massale investeringen in herbebossing ertoe leiden dat bijvoorbeeld de industrie minder doet en relatief veel blijft uitstoten. „Dit is een cruciaal risico, want die koolstof blijft heel lang in de atmosfeer.” Daarom is hij veel gematigder over de potentie van bosherstel.

Los van de lastige discussie hoeveel je met herbebossing nou precies kunt bereiken, is er nog de vraag hoe je dat het beste doet. De ideeën hierover zijn aan het verschuiven, zegt Nabuurs. Het veranderende klimaat speelt hierin een rol, maar ook de in 2015 uitgebreide duurzaamheidsdoelen van de Verenigde Naties. Een bos plant je niet alleen meer aan om op ontboste hellingen erosie tegen te gaan, of om productiehout te leveren. Maar ook voor de biodiversiteit, om de lokale bevolking van voedsel en werk te voorzien, om water in de bodem vast te houden. En om koolstof vast te leggen.

In Europa, zegt Nabuurs, heeft vooral het veranderende klimaat mensen aan het denken gezet. „Door de droogte van 2018 en 2019 zitten ze in Zuid-Duitsland, Oostenrijk en Tsjechië nu met de handen in het haar.” In de uitgestrekte fijnsparbossen die in Centraal-Europa na de Tweede Wereldoorlog massaal zijn aangeplant om productiehout te leveren, heeft een bastkever de afgelopen jaren een ravage aangericht. „Normaal beschermt de fijnspar zich tegen die kever door hars uit te scheiden, maar door de droogte maakte hij minder hars aan.”

Het veranderende klimaat drukt bosbeheerders met de neus op de feiten: het Europese bos is relatief eenvormig. Dat blijkt ook uit de laatste inventarisatie, die om de vijf jaar wordt uitgevoerd. In dat rapport, State of Europe’s Forests 2015, lees je dat het Europese bos inmiddels weer 33 procent van het land bedekt. In de zeventiende eeuw was dat door kaalslag teruggelopen tot tien procent. Maar: op dertig procent van het beboste gebied staat nu maar één soort, meestal een naaldboom. En op de overige zeventig procent staan „twee of verscheidene soorten”. Die eenvormigheid maakt het Europese bos kwetsbaar voor bijvoorbeeld plagen, zegt Nabuurs.

Nabuurs heeft drie jaar geleden in het tijdschrift Forests, samen met collega’s uit Frankrijk, Duitsland en Finland, een plan geschreven voor een climate smart Europees bos in 2050, waarmee ongeveer tien procent van de huidige Europese CO2-uitstoot is te dekken. Daarvoor zou het bos verder moeten uitbreiden. Vooral verlaten, marginale landbouwgrond komt daarvoor in aanmerking, zegt Nabuurs. „In Polen, Bulgarije en Roemenië heb je daar grote stukken van.” Beter bosbeheer helpt ook. „Als je jonge bossen sneller uitdunt, groeien de overgebleven exemplaren sneller”, zegt Nabuurs. In Spanje en Portugal zou je eucalyptus deels kunnen vervangen door soorten die beter tegen brand kunnen. Ook zou het gebruik van hout meer moeten verschuiven van verbranding (voor bijvoorbeeld huisverwarming) naar toepassing in de bouw. „Dan stoot je de koolstof niet meteen weer uit”, zegt Nabuurs. Als extra voordeel bespaar je op de productie van beton en staal, waar veel CO2 bij vrijkomt. En om meer biodiversiteit te krijgen zou je in de uniforme bossen meer soorten kunnen aanplanten. Wat ook helpt is meer bos een beschermde status geven – nu is dat twee procent van het gebied.” Nabuurs praat over „een meer holistisch bos” dat allerlei eisen in zich verenigt. Maar het hoeft niet voor elk bos te gelden. „Plantages blijven nodig.”

Over de tropen zijn de geraadpleegde wetenschappers eensgezind. Allereerst moet de ontbossing stoppen. Er gaat een uitspraak rond: als de ontbossing een land zou zijn, was hij na China en de VS de grootste uitstoter van CO2. Daarnaast is de ontbossing van de tropen de hoofdoorzaak van het dramatische verlies aan biodiversiteit. Ook worden lokale gemeenschappen gemarginaliseerd.

En als men in de tropen bos herstelt, zou dat slimmer moeten gebeuren. In 2011 bijvoorbeeld werd de Bonn Challenge gelanceerd, een ambitieus internationaal project met als doel om in 2030 een gebied zo groot als India te hebben herbebost. De meeste projecten vinden plaats in de tropen. Maar bijna de helft van het gebied daar blijkt bestemd om een monocultuur-plantage te worden, zo laat een vorig jaar april gepubliceerde analyse in Nature zien. „In een plantage kun je met een snelgroeiende soort wel snel CO2 vastleggen, maar voor de biodiversiteit doet het niet veel”, zegt Charlotte Wheeler, een van de auteurs van de analyse, en verbonden aan de Universiteit van Edinburgh. De biodiversiteit kan zelfs afnemen, zo laat een overzichtsartikel in Biodiversity and Conservation (2010) zien. Dat was het geval als de plantage in plaats van grasland, struikgebied of bestaand bos kwam.
https://www.nrc.nl    2-2-2020