up: 0,0 dagen


 

 
 
 
 
 

 
 

 
 
 
 


Bomen in Brussel melden zelf wanneer ze dorst hebben dankzij ingegraven chip
Een jonge boom die te droog staat, gaat kapot. Maar krijgt hij te veel water, dan kan dat ook nefast zijn. Daarom investeert het Brusselse Gewest in een systeem waarbij een chip mee wordt ingegraven. Is de grond te droog, dan krijgt de groendienst via een app het signaal dat er gegoten moet worden.

Vroeger was het zo dat de groendienst in Brussel met grote tankwagens rondreed en alle jonge bomen op geregelde tijdstippen water gaf, of ze nu droog stonden of niet. Dat is met de nieuwe technologie niet meer nodig.

“Op basis van vooraf ingevoerde gegevens, zoals de boomsoort en de samenstelling van de grond, laat de ingegraven sonde met chip nu via een app weten wanneer een boom extra water moet krijgen. Zo verspillen we geen water als dat niet nodig is. Zeker in periodes van langdurige droogte“, zegt minister van Mobiliteit Elke Van Den Brandt (Groen).

“We hebben momenteel zo’n 32.000 bomen langs gewestelijke wegen en in openbare ruimte staan. Die onderhouden en gieten in de zomer is een immens werk. Het is de bedoeling die op termijn allemaal van een sensor met chip te voorzien”, zegt Inge Paemen van Brussel Mobiliteit. “Maar we beginnen met de jonge bomen, omdat die het kwetsbaarst zijn. En omdat het geen goedkope operatie is.”

Tot nu toe investeerde Brussel er al 200.000 euro in. Maar dat bedrag zal nog oplopen. “Dat is veel geld, ja. Maar droge wortels zijn de belangrijkste oorzaak dat bomen in hun eerste levensjaren kapot gaan. En een boom vervangen kost ook veel geld”, zegt boomdokter Wouter Crucke uit Maldegem.

Brussel is er nu mee begonnen als stad, Sport Vlaanderen volgt het voorbeeld voor de jonge aanplantingen op haar domein in Hofstade. Maar in feite bestaat het systeem al langer. Bij grote computergestuurde kwekerijen bijvoorbeeld. “Een jonge boom heeft zeker 100 tot 200 liter water per week nodig om zich goed te kunnen ontwikkelen. Met hemelwater alleen komt hij daar niet aan, zeker niet in droge periodes en zeker niet in grootsteden, waar veel water wegspoelt in de riolering”, zegt de boomdokter.
https://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20200723_96067522    1-8-2020


185 miljoen bomen planten, is dat wel goed voor het klimaat?
Nederland wil de komende tien jaar bijna 200 miljoen bomen planten, om daarmee het klimaatbeleid te versterken. Maar werkt dat wel? Experts hebben zo hun bedenkingen. De CO2-winst blijkt in praktijk gering, en ook voor andere milieudoelen is bos lang niet altijd de beste optie.

Bossen kunnen veel koolstof bevatten, onder meer in de boomstammen. Waar bossen worden gekapt of platgebrand om aan extra landbouwgrond te komen, komen dan ook grote hoeveelheden CO2 (koolstofdioxide) vrij. Dat is zo'n 10 tot 15 procent van de wereldwijde uitstoot.

Ontbossing stoppen is dus 'goed voor het klimaat'. Maar geldt dat ook voor het aanplanten van nieuw bos? Dat hangt er vanaf wat je ervoor inruilt. Dat de resultaten flink kunnen tegenvallen blijkt uit een nieuwe studie naar de aanplant van berken en zilversparren op Schotse heidevelden. Want 12 en 39 jaar na het planten was de CO2-winst precies nul, schrijft een team in vakblad Global Change Biology.

De reden zit onder de grond: de berken en sparren leggen weliswaar koolstof vast in hun takken, maar dat was precies evenveel als er verloren ging in de bodem. Diepere wortels stimuleren daar de afbraak van organisch materiaal.

Je kunt het ook omdraaien, vertelt hoofdauteur Nina Friggens van de universiteit van Stirling aan NU.nl. "De oorspronkelijke heidevelden hadden koolstofrijke bodems. Daar valt dus weinig te winnen. Bos planten levert misschien alleen klimaatwinst op als je het op koolstofarme bodems doet."

Plantecoloog Juul Limpens van de Universiteit van Wageningen zegt niet verbaasd te zijn: "Waarschijnlijk zijn in de Schotse studie die bomen aangeplant op plekken die zijn ontwaterd. Dat betekent dat je het in de bodem opgeslagen koolstof als het ware verwisselt voor koolstof in bomen."

Het laat zien dat als je CO2 wilt opslaan, bodems ook voldoende vochtig moeten zijn. Plantenresten rotten dan minder snel weg, waardoor langzaam steeds meer koolstof opstapelt in de bodem.

Daar komt bij dat klimaatverandering niet het enige duurzaamheidsprobleem is, en CO2 vastleggen dus ook niet de enige oplossing. Zo hebben de Nederlandse natuur en landbouw toenemend te lijden onder verdroging, en gaat ook de biodiversiteit achteruit.

Limpens: "Vanuit biodiversiteitsperspectief zou ik zeker niet overal bos aanplanten, maar kijken naar de potentie van het landschap, de natuur die er vroeger voorkwam en natuur die in de buurt ligt. Dan zijn er alternatieven te bedenken."

"Zo is stimulering van veenvorming in moerassige natuurgebieden een effectieve manier om CO2 vast te leggen die ook meehelpt om verdroging tegen te gaan, en daarnaast historisch past bij Nederland."

Bosaanplant kan dan nog wel eens averechts werken, vertelt Limpens. "Natte natuur die afhankelijk is van oppervlakkige waterstromen, kan verdrogen door de aanplant van bos. Dat zien we op de hoge zandgronden rond vennen, en ook op vochtige heidevelden en natuurlijke, schrale graslanden - gebieden met koolstofrijke bodems en hoge biodiversiteit."

Vorig jaar was er veel media-aandacht voor een Zwitsers plan om wereldwijd 'een biljoen bomen' te planten in de strijd tegen klimaatverandering. Zowel in die studie als in mediaberichten erover zaten de nodige rekenfouten. Herbebossing op die schaal kan de opwarming deze eeuw met maximaal 0,3 graden vertragen - mits het op de juiste bodems gebeurt.
https://www.nu.nl    25-7-2020


Nog vaak monumentale bomen gekapt: Soms wel eeuwenoud
Monumentale bomen moeten in ons land nog te vaak wijken voor bijvoorbeeld een snelweg of nieuwbouw. In Brabant is daarom het project 'Monumentale Bomen van de Toekomst' gestart. Nieuwe bomen worden geplant die zeker meer dan 100 jaar moeten blijven staan. Het doel is om de kap van andere bomen te compenseren.

Ondanks dat er strenge regels gelden, gebeurt het regelmatig dat monumentale bomen om gaan. Op een begraafplaats in het Overijsselse Albergen sneuvelden eerder dit jaar twee monumentale bomen. Ze werden gekapt nadat een tak van een van de bomen op een aantal graven was gevallen.

In Tilburg ging een monumentale beuk om, omdat-ie ziek was en de gemeente vreesde dat er een tak zou afbreken. En in Rotterdam moet een monumentale populier wijken voor de vernieuwing van het station.

Een boom is een monumentale boom als deze minimaal 80 jaar oud en voldoende gezond is. Experts zeggen dat Nederland alles op alles moet zetten om de exemplaren te behouden. "Monumentale bomen zijn op de een of andere manier zeldzaam. Dit kan komen door de uitzonderlijke breedte, hoogte, ouderdom of omvang", zegt Bert Maes van de Werkgroep Monumentale Bomen.

Ook kunnen ze beeldbepalend zijn voor de omgeving, bijvoorbeeld als onderdeel van een landgoed of park. "Ze geven karakter of zijn van cultuurhistorische waarde. Ook zijn bepaalde monumentale bomen op biologisch gebied waardevol, omdat er bijzondere dieren in leven of er tegenwoordig niet meer van zulke bomen groeien in ons land", legt Maes uit.

Volgens hem moeten we er dan ook zuiniger op zijn. "Nog al te vaak worden ze gekapt voor de uitbreiding van wegen of gebouwen en nieuwe woonwijken. Bomen zouden moeten worden gezien als iets positiefs, geen sta in de weg."

Met het project 'Monumentale Bomen van de Toekomst' worden op verschillende plekken nieuwe bomen geplant die 110 jaar moeten blijven staan. "Ze moeten juridische bescherming krijgen vanuit de gemeente, zodat ze niet gekapt kunnen worden", zegt Koen van Hout.

In de gemeente Landerd zijn nu 11 bomen geplant, met behulp van subsidies van onder meer de provincie. "De bomen zijn geplant bij boeren en particulieren. Op advertenties in lokale media kwamen veel reacties. We hebben gezocht naar geschikte locaties, want de boom moet voor iedereen goed zichtbaar zijn. Iedereen moet ervan kunnen genieten."

En de boom moet voldoende groeiruimte hebben. "Hij moet zo'n negen meter vrij kunnen staan, vanwege de wortels." In het najaar worden bomen geplant in de gemeente Oss. "We willen het project uiteindelijk uitrollen over de hele provincie en hopen dat nieuwe gemeenten zullen aanhaken."

De werkgroep staat dan ook positief tegenover het project 'Monumentale Bomen van de Toekomst'. "Daarmee zorg je ervoor dat er over 100 jaar weer meer monumentale bomen zijn. Maar het is misschien nog wel belangrijker dat we zuinig zijn op de bomen die er nu staan en soms wel eeuwen oud zijn."
https://www.rtlnieuws.nl    23-7-2020


Ook bomen doen aan 'social distancing' om ziekten te voorkomen
Het bladerdak van veel wouden vertoont mysterieuze tussenruimten, veroorzaakt door een fenomeen dat ‘kruinschuwheid’ wordt genoemd. De aanpassing helpt bomen mogelijk bij het delen van bestaansmiddelen en het voorkomen van ziekten.

Op een warme dag in maart 1982 zocht bioloog Francis ‘Jack’ Putz verkoeling in de schaduw van een groepje zwarte mangroven. Na uren van veldwerk en een hartig middagmaal in het Parque nacional Guanacaste in Costa Rica besloot Putz te gaan liggen voor een korte siësta.

Terwijl hij naar de lucht staarde, deed de wind de kruinen van de mangroven boven hem heen en weer wiegen, waarbij de takken van aangrenzende bomen soms in elkaar haakten en de buitenste bladeren van elkaars takken afschraapten. Het viel Putz op dat er door dit wederzijdse snoeiwerk een netwerk van lege tussenruimten in het bladerdak was ontstaan.

Het fenomeen wordt ‘kruinschuwheid’ genoemd en is in bossen over de hele wereld gedocumenteerd – van de zwarte mangroven van Costa Rica tot de torenhoge kapurbomen op Borneo. Maar wetenschappers weten nog niet precies waarom de kruinen van veel boomsoorten elkaar niet willen raken.

Veertig jaar geleden was Putz na dat middagmaal bijna aan het indommelen toen hij bedacht dat ook bomen personal space nodig hadden. En dat was een belangrijke stap op weg naar een beter inzicht in de achtergronden van de wederzijdse schuwheid tussen boomtakken.

“Ik doe vaak ontdekkingen als ik een dutje doe,” zegt Putz.

Inmiddels worden die eerste observaties van Putz onderschreven door talloze studies. Het schijnt dat de wind een belangrijke rol speelt bij deze vorm van ‘social distancing’ door bomen. De open ruimten die door aanvaringen tussen de takken ontstaan, kunnen de bomen een betere toegang tot belangrijke bestaansmiddelen geven, waaronder daglicht. De tussenruimten in het bladerdak kunnen ook verhinderen dat parasitische lianen, besmettelijke boomziekten of insecten die bladeren eten, zich al te gemakkelijk kunnen verspreiden.

In bepaalde opzichten is kruinschuwheid een vorm van ‘social distancing,’ maar dan bij bomen, zegt Meg Lowman, directrice van de TREE Foundation en gespecialiseerd in de biologie van boomkronen. “Zodra je ervoor zorgt dat planten elkaar fysiek niet kunnen aanraken, kun je de productiviteit verhogen,” zegt zij. “Dat is het mooie van deze vorm van isolatie (...). De boom draagt zorg voor zijn eigen gezondheid.”

Hoewel beschrijvingen van kruinschuwheid al sinds de jaren twintig van de vorige eeuw in de wetenschappelijke literatuur opdoken, duurde het vele tientallen jaren voordat onderzoekers de oorzaak van het fenomeen systematisch en grondig gingen bestuderen. Aanvankelijk wierpen wetenschappers de hypothese op dat de bomen de tussenruimten in het bladerdak domweg niet opvulden omdat er te weinig daglicht was (dat ze nodig hebben voor de fotosynthese), omdat de bladeren elkaar overlapten.

Maar in 1984 publiceerden Putz en zijn collega’s een artikel waarin ze aantoonden dat kruinschuwheid het resultaat is van het gevecht tussen bomen die in de wind heen en weer wiegen, waarbij ze voortdurend proberen om nieuwe takken te creëren en plaagstoten van aangrenzende bomen af te weren. Uit hun onderzoek bleek dat hoe meer de kruinen van de mangroven in de wind heen en weer bewogen, des te breder de tussenruimten waren die tussen de kruinen ontstonden. De resultaten toonden voor het eerst aan dat de zogenaamde ‘afschraap-theorie’ als verklaring voor het netwerk van tussenruimten in het bladerdak wel degelijk hout sneed.

Zo’n twintig jaar later ging een team onder leiding van Mark Rudnicki, bioloog aan de Michigan Technological University in Houghton, Michigan, op pad om de krachten te meten die bij het getouwtrek tussen de kruinen van draaidennen in Alberta, Canada, een rol speelden. Ze ontdekten dat kruinschuwheid vooral optrad in bossen waar veel wind stond en die bestonden uit hoge en slanke stammen van gelijke hoogte. Toen Rudnicki en zijn team met behulp van nylon touwen voorkwamen dat naburige draaidennen elkaar raakten, groeiden de tussenruimten dicht en vormden de bomen weer een aaneengesloten bladerdak.

Andere wetenschappers hebben ontdekt dat er waarschijnlijk meerdere oorzaken voor kruinschuwheid bestaan en dat sommige daarvan mogelijk minder strijdlustig zijn dan dit steekspel in de wind. Volgens Rudnicki hebben sommige boomsoorten mogelijk geleerd om de bladgroei aan het uiteinde van hun takken geheel uit te schakelen omdat deze bladeren toch van de takken geschraapt zullen worden.

De bomen zouden zo onnodige schade voorkomen, zegt Inés Ibáñez, woudecologe aan de University of Michigan. “Het creëren van nieuw weefsel is voor planten erg kostbaar (...). Het lijkt erop dat de bomen uit voorzorg handelen: laten we hier maar niets nieuws creëren, want het is niet de moeite waard.”

Enkele boomsoorten zouden het vermogen hebben om bij deze voorzorg nog een stapje verder te gaan: ze gebruiken een gespecialiseerd waarnemingssysteem waarmee ze chemische signalen van naburige planten kunnen oppikken. “Er is steeds meer literatuur over cognitie bij planten,” zegt Marlyse Duguid, bos- en tuinbouwkundige aan de Yale University. Gegevens over chemische communicatie tussen houtige planten is schaars, maar als de planten elkaar inderdaad zouden kunnen opmerken, zouden ze in staat moeten zijn om de groei van hun kruin uit te schakelen voordat ze in een steekspel met naburige bomen verwikkeld zouden raken.

Los van de vraag hoe kruinschuwheid precies in haar werk gaat, levert de scheiding tussen de kruinen waarschijnlijk de nodige voordelen op. “Bladeren zijn de kroonjuwelen van een boom, die je koste wat het kost wilt beschermen,” zegt Lowman. “Als er een hele rits bladeren van je takken wordt geschraapt, is dat voor een boom een grote ramp.”

Een minder weelderig bladerdak zou ook kunnen helpen om het daglicht tot op de bodem van het bos te laten doordringen, waar het laag groeiende planten en dieren kan voeden die op hun beurt goed zijn voor het bos als geheel. Volgens Putz kunnen de tussenruimten zelfs de opmars van invasieve, houtige lianen – die overal ter wereld in tropische en gematigde wouden voorkomen – tegengaan of een buffer vormen tegen ziekteverwekkers en niet-vliegende insecten die het bladerdak gebruiken om zich te verspreiden. (In theorie zouden sommige bacillen en insecten nog altijd de overstap kunnen maken als boomkronen door de wind in elkaar worden geduwd.)

Maar de link tussen deze potentiële voordelen en kruinschuwheid is nog niet onomstotelijk bewezen. Het bladerdak van grote wouden, waar zich de kruinen van de hoogste bomen op aarde ontvouwen, is niet zo eenvoudig om te onderzoeken, zegt Lowman, die zichzelf een ‘arbonaute’ noemt en tot de weinige wetenschappers behoort die hun carrière hebben gewijd aan het bestuderen van het bladerdak. Dat vereist het nodige klim- en klauterwerk, evenwichtsgevoel en moed. “De beperkende factor is ons vermogen om deze plekken in weerwil van de zwaartekracht te bereiken,” zegt zij.

Wie de kruin van een boom niet grondig bestudeert, doet hetzelfde als iemand die slechts de onderste helft van het menselijk lichaam onderzoekt, zegt Lowman. In boomkronen wemelt het van het leven en veel van die biodiversiteit moet nog worden ontdekt, vooral in de tropen.

Gelukkig “hoef je niet op het vliegtuig te stappen” om kruinschuwheid te bestuderen, zegt Putz. “Je ziet het overal en het is heel verrijkend om omhoog te kijken en dit fenomeen in het echt te aanschouwen.”
https://www.nationalgeographic.nl/    13-7-2020


Er vallen steeds meer en vaker bomen om: wat is de oorzaak?
Er staat opnieuw een stevige wind en dat kan nare gevolgen hebben voor heel wat bomen. In de West-Vlaamse bossen liggen er meer omgevallen bomen dan gewoonlijk. "Een rechtstreeks gevolg van het veranderend klimaat", zegt boswachter Koen Maertens.

Koen Maertens werkt in opdracht van het Agentschap Natuur en Bos als boswachter in Koekelare, Torhout en Zedelgem. Volgens hem zijn er vorig jaar en ook dit jaar meer bomen omgevallen dan de jaren daarvoor. "Het heeft allemaal te maken met de veranderende klimaatomstandigheden", zegt hij.

"We hebben een zeer natte februarimaand achter de rug", vertelt Maertens. "Maar daarna was het extreem droog en kregen we ook te maken met hevige windstoten op sommige momenten. Sommige bomen kunnen tegen die verandering van het klimaat, andere bomen helaas niet."

"De valwinden zijn erg gevaarlijk voor de bomen in het bos", zegt de boswachter. "Dat is een soort wind die van boven naar beneden valt in het bos en bomen kan lostrekken. Ik herinner me nog de stormschade in Groenhovebos in Torhout. Die valwind had een echte ravage aangericht."

"Bomen die omvallen, zijn niet altijd zieke bomen", vertelt hij. "Soms kan de stabiliteit van de grond aangetast worden door een te hoge of te lage waterstand, waardoor de bomen onstabiel worden. Of soms staan de bomen gewoon te dicht bij elkaar. De wortels hebben dan geen plaats om zich goed te nestelen en vroeg of laat vallen ze bij een hevige wind om."

"Europese boswachters zijn al sinds de jaren '90 bezig met het veranderend klimaat", besluit Maertens. "Sinds dan weten we ook dat omgevallen bomen in een bos geen kwaad kunnen. Dood hout brengt namelijk leven in het bos. Dat klinkt erg tegenstrijdig, maar dat is het niet. Omgevallen stammen worden sowieso terug opgenomen in de bodem en zijn goed voor de fauna en de flora in het bos. Daarom laten we af en toe dood hout liggen."
https://www.vrt.be/    5-7-2020


Waarom is het frisser onder een boom dan onder een parasol?
We zoeken deze week allemaal verkoeling nu het kwik vlot boven de 30 graden klimt. Bossen en bomen zijn opmerkelijk frisser dan de schaduw van een parasol. Hoe komt dat? Radio 2 Antwerpen vroeg het aan bioloog Ivan Janssens van de Universiteit Antwerpen.

Wat is er heerlijker dan de verkoeling van een boom of een bos in tijden van een hittegolf? Een parasol of andere kunstmatige schaduw komen niet in de buurt. "Dat komt omdat een boom water verdampt en een parasol niet", zegt bioloog Ivan Janssens (UA) in "Start Je Dag". "Je kan het effect vergelijken met net uit de zee komen. Het verdampen van zeewater onttrekt energie aan onze huid en dat geeft ons een koud gevoel. Hetzelfde gebeurt bij bomen. Water verdampen kost de boom energie en daardoor kan het onder een boom gemakkelijk 10 graden koeler zijn."

Niet elke boom biedt evenveel verkoeling. "Er zijn grote verschillen, zowel tussen soorten als tussen individuele bomen. Een eik of een beuk heeft een dichter bladerdek dan een den. Hoe meer bladeren, hoe meer schaduw en hoe meer water er ook verdampt. Onder een eik zal je dus meer verfrissing vinden dan onder een naaldboom", klinkt het.

Toch is er een vreemde paradox. In een bos kan het 's nachts warmer zijn dan elders, ondanks de natuurlijke airconditioning van de bomen. "Dat komt omdat de aarde 's nachts haar warmte uitstraalt naar de hemel. De bladeren van de bomen zorgen ervoor dat die warmte niet goed weg kan en laag blijft hangen. Maar vergis je niet: tijdens een hittegolf is het verkoelende effect in een bos overdag veel groter dan het warmtehoudende effect 's nachts", zegt Janssens.

Nog een verschil: jonge bomen bieden minder verfrissing dan oude exemplaren. Toch kiezen gemeentes bij de heraanleg van straten en pleinen vaak voor die jonge bomen. "Groendiensten kiezen meestal soorten uit die geschikt zijn om te overleven in een stedelijke omgeving. Er is meer dan de verkoeling alleen. Die bomen moeten bijvoorbeeld ook fijn stof opvangen", vertelt Janssens. "Je kan niet zomaar plots grote bomen planten, dat kost te veel geld. Er worden best bomen die snel groeien geplant en het zijn ook best inheemse soorten. Dat is goed voor de biodiversiteit en inheemse dieren."

https://www.vrt.be    26-6-2020