up: 1053,9 dagen


 

 
 
 
 
 

 
 

 
 
 
 


Om meer grond en EU-subsidies te krijgen, kappen boeren vaker bomen en houtsingels...
Boeren nemen niet alleen wegbermen en groenstroken in gebruik om aan meer grond te komen, zij kappen daarvoor ook bomen en houtsingels. Dat stelt natuurbeheerder René Oosterhuis van Het Groninger Landschap. “Het is een schrijnend maar algemeen beeld.”

De bevinding van natuurbeheerder Oosterhuis in Groningen sluiten aan bij de situatie in de Gelderse Achterhoek. Daar treedt de gemeente Berkelland op tegen boeren die aan ‘landjepik’ doen. In tientallen gevallen, meldde Trouw vrijdag, hebben boeren gemeentegrond, zoals wegbermen en groenstroken, in gebruik genomen. Zo creëren zij meer afzetruimte voor hun mest en ontvangen zij een hogere subsidie van de EU.

Het ten onrechte opgeven van andermans grond voor de mestboekhouding is fraude. Bovendien schaadt het ‘aanboeren’ van ruige bermen de biodiversiteit: de leefomgeving van vogels, vlinders en insecten verdwijnt.

De gemeente Berkelland kiest ervoor met de boeren ‘een goed gesprek’ te voeren en geen aangifte te doen van mogelijke fraude. De burgemeester vindt dat de beleidsmakers in Den Haag en Brussel meer te verwijten is dan de boeren. De EU hanteert namelijk nauw omschreven definities van ‘landbouwgrond’, waar boeren zich aan moeten houden bij hun subsidieaanvraag. Zo mag de ruimte rond een boom of langs een houtsingel niet of slechts gedeeltelijk worden meegeteld.

Omdat de aanwezigheid van zulke landschapselementen directe gevolgen heeft voor de hoogte van de te ontvangen subsidie, nodigt het boeren uit om een boom of houtsingel dan maar op te ruimen. “Ik ben bang dat dit op heel veel plekken in Nederland het geval is”, stelt burgemeester Van Oostrum van Berkelland. Stichting Het Groninger Landschap bevestigt die indruk voor haar werkgebied.

Ook in Drenthe wordt een achteruitgang van kleine landschapselementen waargenomen, vooral tussen landbouwpercelen. De provinciale Natuur en Milieufederatie heeft daarvoor vorig jaar een meldpunt ingesteld. De federatie zoekt de oorzaak in schaalvergroting van de landbouw. En doordat koeien minder buiten lopen dan vroeger, hebben houtsingels hun functie als veekering verloren. Landschapsbeheer Drenthe schat op basis van steekproeven dat er in tien jaar tijd meer dan 120 kilometer aan boomrijen en singels is verdwenen.

De PvdA in de Tweede Kamer stelde begin dit jaar vragen aan staatssecretaris Van Dam van economische zaken. Of hij het beeld herkende dat het voor de natuur nadelig uitpakt dat boeren bomen, houtsingels en hagen niet mogen meetellen als landbouwgrond? “Nee”, antwoordde de staatssecretaris, “ik herken mij niet in het geschetste beeld dat de gecombineerde opgave een negatieve prikkel in zich zou hebben voor landschapselementen op landbouwgrond.”

Een extra hectare landbouwgrond levert volgens de gemeente Berkelland boeren een voordeel op van zo’n 1500 euro. Dat is een optelsom van ontvangen subsidie (ongeveer 250 euro per hectare) en besparing op de afvoer van mest.

Minister Carola Schouten van landbouw laat het ‘landjepik’ door boeren onderzoeken, laat zij weten in reactie op de berichtgeving in deze krant. “Ik heb het ministerie gevraagd te kijken wat er aan de hand is.”

Trouw (https://www.trouw.nl/)    6-12-2017


Sjeklaade ot Tilburg: iconische lindeboom wordt chocolaatje
Dé lindeboom van Tilburg - in 1994 bruut omgezaagd - krijgt een tweede leven als chocolaatje. De mannen van het Tilburgse lettertype TilburgsAns hebben de beroemde boom in chocolade gevangen.

Het chocolaatje heeft de vorm van de boom met het imposante bladerdek. In het hart is de loot afgebeeld, die na de kap uit de holle stam tevoorschijn kwam. De makers zijn typograaf Sander Neijnens en illustrator Ivo van Leeuwen. De twee lanceerden vorig jaar TilburgsAns, het eerste lettertype dat is gebaseerd op het karakter van een Nederlandse stad.

Het lettertype omvat inmiddels meer dan negentig icoontjes: van Roadburn, het Draaiend Huis, Marietje Kessels tot de kermis. Dit jaar besloten ze het icoon van de lindeboom in chocolade om te zetten. ,,De lindeboom vinden we een heel mooi symbool voor de stad én voor het leven dat alsmaar doorgaat", zegt Sander Neijnens.

Omdat ze van het maakproces geen chocolade konden maken (lees: niet begrepen) wonnen ze de expertise in van Chocolaterie Albèrt uit Udenhout. En voor de realisatie ging TilburgsAns de samenwerking met Citymarkerting Tilburg aan. 'Sjeklaade öt Tilburg', noemen ze het. De TilburgsAns-mannen vergelijken de chocolaatjes - genaamd Chocolindes - met de befaamde Antwerpse Handjes. Het symbool van Antwerpen verschijnt ook in chocolade-vormen. ,,Als chocolaatje bij de koffie bijvoorbeeld", zegt Neijnens.

Zelf weten ze nog niet wat de beste manier is om het chocolaatje straks aan te bieden. Ze hebben nog even: de Chocolindes worden pas volgend jaar geproduceerd. Ondertussen hebben ze wel een aantal proefdrukken. ,,Mensen vinden het hartstikke leuk." Hij lacht. ,,Al moeten we ze daarna teleurstellen. Deze chocolaatjes zijn nog niet om op te eten, maar om te laten zien."

Brabants Dagblad (https://www.bd.nl)    1-12-2017


Kunnen de bomen het klimaat redden?
Verliezen we in onze zoektocht om het klimaat te redden de bossen uit het oog? Op de voorlaatste dag van de Klimaattop in Bonn eisten de bomen hun plekje onder de zon op.

Het begint al als je de Bonn Zone betreedt, de ‘Climate Action Zone’ van de Klimaattop in Bonn. Op de wikkel van de chocoladereep die je in je handen krijgt gestopt, staat het verhaal van de Trillion Trees Campaign, tien jaar geleden opgezet door de toen 9(!)-jarige Felix Finkbeine. Kort samengevat: de aarde telt nu 3,04 biljoen bomen. Op ontboste en verarmde gronden zouden er nog 1 biljoen bij kunnen, 150 bomen per aardbewoner. En die biljoen bomen zouden ergens tussen een kwart en de helft van de door menselijke activiteit geproduceerde CO2-uitstoot op kunnen vangen.

We hebben negatieve emissies nodig om het klimaat te redden, daar is iedereen het wel over eens. Ons CO2-budget staat nog vijf jaar uitstoot toe als we binnen 1,5 graad opwarming willen blijven, en twintig jaar voor de 2 graden-grens. Daarbinnen blijven halen we niet met de versnelde overgang naar zon en wind, dus moeten we CO2 uit de atmosfeer halen. Daar rekent ook het VN-klimaatpanel IPCC mee. Maar velen willen dat liever niet met de hi-tech oplossingen die nu onder de noemer ‘geo engineering’ of ‘climate engineering’ worden gepresenteerd: solar radiation management (zonlicht reflecteren) of de oceanen bemesten zodat plankton CO2 verwijdert. Onderzoek van prof. Andreas Oschlieser en zijn instituut GEOMAR leert dat de kosten daarvan hoog zijn, en de effecten waarschijnlijk beperkt, zo vertelde hij in een sessie bij het Duitse Paviljoen. “Hoe beter we ernaar kijken, hoe hoger de risico’s worden, en hoe kleiner de effecten.”

Dan klinkt bomen planten een stuk sympathieker. Ook dat is niet zonder bijwerkingen, waarschuwde Oschlieser, want om de Sahara te beplanten heb je irrigatie nodig en dat kan weer tot zeespiegelstijging leiden. Maar het is de methode die de meeste resultaten belooft en de minste weerstand zal ondervinden. Bovendien, zo constateerde prof. Kevin Anderson in een andere sessie donderdag, geeft ze politici niet de kans al hun kaarten te zetten op technologische oplossingen in de toekomst. “In plaats van in te zetten op drastische vermindering van CO2-uitstoot nú, wat impopulaire maatregelen met zich meebrengt, vertrouwen ze liever op niet-bestaande negatieve emissie technologieën om enorme hoeveelheden CO2 uit de atmosfeer te halen. Dan kunnen we ondertussen tot aan de volgende eeuw met fossiele brandstoffen doorgaan.”

In dezelfde sessie in het Paviljoen van de Inheemse Volken maakte Kate Dooley van de Universiteit van Melbourne duidelijk wat er van herbebossing te verwachten is. Bomenaanplant zelf zou in een optimistisch scenario deze eeuw 150 gigaton CO2 vast kunnen leggen. Nog meer mogen we verwachten van het herstel van aangetaste ecosystemen, zo’n 220 tot 330 gigaton CO2. In de zogenaamde RCP-scenario’s van het IPCC wordt met 500 gigaton aan CO2-verwijdering gerekend. “Die cijfers voor het vastleggen van CO2 in bossen bieden enige hoop”, aldus Dooley, “dat we de opwarming van de aarde binnen 1,5 graad kunnen houden. Maar daar is nog wel veel meer voor nodig!”

Van tevoren sprak OneWorld met een Nederlands-Amerikaanse studente die veel van herbebossing weet én verwacht: Sofia Caycedo, die Environmental Management studeert aan de School of Forestry en Environmental Studies van Yale University. Ze is in Bonn voor de IFSA (International Forestry Students Association) met een groep internationale studenten uit onder andere Indonesië, Turkije, Australië en Nicaragua.

“Tijdens mijn bachelor aan de UvA heb ik me al met herbebossing en het klimaat beziggehouden. Mijn bachelorthesis ging over het opvangen van CO2 in de bossen van de Veluwe. Het bosbeleid moet een grotere plek krijgen in het klimaatdebat. Dat hoorde ik ook van Paul Polman van Unilever vorige week hier in Bonn: bosbeleid krijgt te weinig aandacht. We moeten sowieso stoppen met ontbossing. Nederland verliest ook nog steeds bosareaal, we raken gewoon bos kwijt! We moeten de bomen niet kappen, maar benutten als netto koolstof-opvanger.

“Mijn interesse ligt op het snijvlak van economie, klimaat en internationale ontwikkeling. Kun je bijvoorbeeld ook economische waarde toekennen aan ecosysteemdiensten? Ik weet dat het omstreden is, want waarom moet je alles weer in geld uitdrukken. Maar ik vind systemen als REDD+, waarbij gemeenschappen verdienen aan het in stand houden van het bos, wel heel boeiend.”

“Hier op de COP volg ik alles wat met bosbeleid te maken heeft. Elke ochtend maak ik een planning met mijn IFSA-collega’s waar we heen gaan. De Climate Action Zone is heel inspirerend – veel boeiender dan de onderhandelingszone – maar ook verwarrend. Ik heb nog een week nodig om alles te laten bezinken.”
One World (https://www.oneworld.nl/)    27-11-2017


Bomen uit 260 miljoen jaar oud bos op Zuidpool verbazen wetenschappers
Op de Zuidpool zijn sporen gevonden van een bos dat er meer dan 260 miljoen jaar geleden groeide, nog voor de dinosauriërs op aarde rondliepen. Hoog in de bergen van Antarctica vonden wetenschappers de fossiele resten van dertien bomen. Bijzondere bomen, zo blijkt. Ze waren in staat om zich erg snel aan te passen bij de overgang van zomerse naar winterse omstandigheden.

Onderzoekers van de universiteit van Wisconsin deden tussen november en januari onderzoek op de bevroren hellingen van het zogeheten McIntyre-voorgebergte, diep in de binnenlanden van de Zuidpool.

Volgens Erik Gulbranson, een van de onderzoekers, is de vondst bijzonder. De gevonden resten lijken van bomen te zijn die zich snel konden aanpassen aan de overgang van warme zomerse naar bitterkoude winterse omstandigheden. Die omschakeling deden de bomen mogelijk binnen een maand, concluderen de onderzoekers na bestudering van de groeiringen van de bomen. De 'moderne boom' heeft daar enkele maanden voor nodig.

"Tegenwoordig is er geen boom te vinden die dat zo snel kan", zegt Gulbranson. "Deze bomen konden zichzelf aan en uit zetten, net als een lichtschakelaar, en zo de winters doorkomen."

De aarde bestond 260 miljoen jaar geleden uit twee werelddelen: Gondwana in het zuiden en Laurazië in het noorden. Antarctica maakte deel uit van Gondwana, met onder meer Zuid-Amerika, Afrika, India en Australië, en was veel warmer en vochtiger dan nu. Het gebied was waarschijnlijk bedekt met mossen, varens en planten, waar vooral kleine dieren leefden. Ondanks de temperaturen moesten de bomen extreme omstandigheden overleven. In de zomer ging de zon niet onder en was het ook midden in de nacht licht. In de winter bleef het juist donker.

Ongeveer 250 miljoen jaar geleden, dus zo'n 10 miljoen jaar nadat de gevonden bomen leefden, stierven vrijwel alle vroege dieren- en plantensoorten uit. Dat kwam waarschijnlijk door vulkaanuitbarstingen in Siberië. Die vulden de dampkring met giftige gassen. In de lege wereld die achterbleef kwamen langzaam de voorlopers van de dino's op.

Komende maanden gaan de onderzoekers weer op pad, op zoek naar nieuwe sporen.
Algemeen Dagblad (https://www.ad.nl)    18-11-2017


"De bomenatlas maakt van de stad een nieuwe stad"
Het lukt me niet de wereld te beschrijven zoals ik wil dat mijn jongens haar zien. Er zitten gaten in mijn vocabulaire. Woorden die ik eerder niet nodig had maar nu cruciaal blijken. Namen van bomen en vogels. Kennis van de blaadjes, veren, noten, bessen die mijn kinderen vragend omhoog houden.

Ik wijs ze al een jaar op steeds dezelfde zomereik, de enige boom op ons plein waar ik de naam van weet. Hoe meer ze beginnen te praten en vragen, hoe meer het besef doordringt dat ik de taal niet spreek die ik hun wil leren. Ik weet niet welke vogels we horen als we 's ochtends de deur uitgaan of wat die kleine witte bloemetjes zijn die groeien in de centimeter aarde tussen de stoeprand en de straat.

Maar de dingen die hen verwonderen mogen niet ongenoemd blijven. Naamloze dingen zijn onbelangrijk, zijn dingen die we niet hoeven kennen. Ik wil dat de bloemen, de bomen en bessen onderdeel zijn van hun bestaan, ik wil ze leren dat een veer of een kastanje de moeite van het noemen waard is en dat natuur meer is dan de platgereden stukken van een bloederige duif.

Op zoek naar de namen van de kleine dunne boompjes in de speeltuin vond ik deze week de online bomenatlas van Amsterdam. Vierhonderdduizend exemplaren stuk voor stuk in kaart gebracht.

Waar ik al jaren niks dan stammen en bladeren zie, openbaart zich nu een stad vol iepen, essen, elzen en wilgen. Op ons plein staan zoete kersen en zwarte berken, de boom waar ons huis op uitkijkt blijkt een hazelaar. Het is verslavend, die atlas. Ik zoom in op de straten waar ik woonde, op de bomen waar ik al een half leven langs-loop en mijn fiets tegenaan zet; allemaal hebben ze een naam, een leeftijd, specifieke eigenschappen. De reus waar we soms onder schuilen op weg naar de crèche is een paardenkastanje uit 1890 en aan de andere kant van de brug staan honderd jaar oude platanen.

De bomenatlas maakt van de stad een nieuwe stad, of eigenlijk een oude stad, waar eeuwelingen zwijgend op de stoepen staan. En het is dankzij hun aanwezigheid, hun groen, hun geritsel en schaduw, dat ik mijn kinderen toevertrouw aan deze stad. Dat besef komt gek genoeg pas met het lezen van hun namen. Goudberk. Valse acacia. Beverboom. Zweedse Meelbes. De taal die ik zocht.

Nu de bloemen nog, de bessen en de vogels.
Trouw Opinie, Marjolijn van Heemstra (https://www.trouw.nl/)    12-11-2017


Ode aan oude Achterhoekse kastanje met expositie op internet
Een oude kastanjeboom op een Achterhoeks erf vormt het middelpunt van een verrassende foto-expositie. Niet in een cultuurgebouw, maar wereldwijd te bewonderen op internet, via YouTube. Zo toont streekkenner Arend J. Heideman van alle kanten een ruim honderd jaar oude witte paardenkastanje bij boerderij Stokkink in Gelselaar, waar hij woont. Landelijk trok hij zes jaar geleden op dezelfde wijze al veel aandacht met een expositie over de boerenzwaluw op Stokkink.

Oud-dagbladjournalist Heideman, die boeken is gaan schrijven en veel activiteiten ontwikkelt op cultuurhistorisch gebied, maakt al jaren foto's van de oude kastanje, die rond 1912 is geplant door de opa naar wie hij is genoemd. Een helder doel voor dit fotowerk had hij niet. De in Rotterdam geboren dichter Aad Eerland inspireerde hem met een gedicht over de kastanje en de zwaluwen op Stokkink er alsnog een expositie aan te wijden. Deze schildert veelzijdig een juweeltje in het Achterhoekse landschap, in alle seizoenen, op alle uren van de dag.

In zekere zin is Heidemans ode aan de kastanje een vrucht van zijn studie naar het werk van de Achterhoekse schrijver meester Hendrik Willem Heuvel (1864 -1926), wiens bekende werk Oud-Achterhoeksch Boerenleven tot in deze eeuw is herdrukt. Als lid van de studiegroep H.W. Heuvel kwam hij in contact met de dichter Aad Eerland, die theologie en filosofie studeerde en die zich beschouwt als een zielsverwant van de zeer poëtisch ingestelde Heuvel. Op deze wijze ontmoetten zij elkaar anderhalf jaar geleden.

Bij een bezoek daarna aan Stokkink raakte dichter Eerland diep onder de indruk van de kastanjeboom. Dit mondde uit in het gedicht 'Voorjaar op boerderij Stokkink', dat hij en Heideman op 25 november als cadeau uitreiken bij de presentatie van een nieuw boek over Heuvel, waar zij beiden aan meewerkten. Toen Heideman bij het gedicht de foto's verzamelde, kwam hij tot de conclusie dat het de moeite waard is een selectie te tonen die voor velen gratis toegankelijk is. Op YouTube is een filmpje te zien met zijn mooiste foto's van de boom. Het begint met een toelichting, inclusief het gedicht van Eerland.





Achterhoek Nieuws Berkelland (https://www.achterhoeknieuwsborculoruurlo.nl)    7-11-2017


Nieuwe exotische bedreigingen voor verschillende boomsoorten
Door de toegenomen mobiliteit, internationale handel en het klimaatopwarming liggen nieuwe exotische bedreigingen voor verschillende boomsoorten op de loer. In België houden onderzoekers van het Proefcentrum voor Sierteelt, het Waalse onderzoekscentrum voor agronomie en de Universiteit van Brussel binnen het project 'Funginfor' de opkomst van een achttal schimmelziekten nauwlettend in de gaten.

De onderzoekers volgen in het project schimmels die schade kunnen aanrichten aan de populier, den, walnoot, plataan en tamme kastanje. Het gaat om de schimmels Ceratocystis platani op plataan, Lecanosticta acicola, Heterobasidion irregulare, Dothistroma septosporum en D. pini op dennen, Melampsora medusae op populier, Geosmithia morbida en de vector Pityophthorus juglandis op walnoot en Cryphonectria parasitica op tamme kastanje.

Cryphonectria parasitica is een Aziatische schimmel die in de Verenigde Staten gezorgd heeft voor enorme sterfte onder de Amerikaanse tamme kastanje. Ook de Europese tamme kastanje wordt bedreigd door deze schimmel. De schimmel, die in 2014 voor het eerst in België werd gevonden, komt in sommige delen van Europese voor.

Ceratocystis platani tast platanen aan. De gewone plataan is het meest vatbaar voor deze schimmel. Na infectie sterft de boom binnen enkele jaren. De ziekte, die inheems is in de Verenigde Staten, werd tijdens de Tweede Wereldoorlog in Europa geïntroduceerd. De schimmel veroorzaakt veel schade in Italië en het zuiden van Frankrijk, maar is in België nog niet gevonden.
GroeneRuimte Nieuws (https://www.groeneruimte.nl/)    2-11-2017


Eerste bomen op aarde groeiden dankzij honderden mini-boompjes in hun lijf
Dat hebben onderzoekers ontdekt nadat ze zich over de gefossiliseerde resten van een boom bogen die zo’n 374 miljoen jaar geleden in het noordwesten van het moderne China stond. De stam van deze boom blijkt ontzettend complex en verraadt dat deze boom – één van de eerste bomen op aarde – op een wel heel bijzondere manier groeide.

In bomen bevindt zich weefsel bestaande uit vaten (ook wel xyleem genoemd) dat water van de wortels naar de takken en bladeren transporteert. In de meeste bomen vormt het xyleem een cilinder waar elk jaar – onder de schors – een laagje omheen gevormd wordt (waardoor de bekende jaarringen ontstaan).

Maar in de eerste bomen ging dat allemaal heel anders, zo hebben onderzoekers van de universiteit van Cardiff nu dus ontdekt. Bij deze bomen zat het xyleem enkel in de buitenste vijf centimeter van de stam, terwijl het hart van die stam hol was. De verschillende vaten waaruit het xyleem bestond, waren onderling met elkaar verbonden en vormden dus een compleet en tamelijk ingewikkeld netwerk van vaten. En in tegenstelling tot moderne bomen legden deze bomen niet elk jaar een nieuwe jaarring net onder hun schors. In plaats daarvan ontstond rond elk van de honderden vaten een jaarring. In feite hebben we hier dus een boom met daarin honderden mini-boompjes.

En naarmate die vaten uitdijden en het volume van de zachte weefsels rond de vaten toenam, nam ook de totale diameter van de boomstam toe. Maar tegelijkertijd ging door de groei van honderden mini-boompjes binnen de stam wel het netwerk van vaten kapot. Terwijl de boom groeide, moest deze dat netwerk dan ook continu repareren. En dat niet alleen: doordat het gewicht van de boom door de groeiende mini-boompjes onder de bast rap toenam, werd het weefsel aan de onderzijde van de stam naar buiten gedwongen. “Er is voor zover ik weet in de geschiedenis van de aarde geen andere boom die zoiets ingewikkelds heeft gedaan als deze boom,” stelt onderzoeker Chris Berry. “De boom scheurde zijn (xyleem-, red.)skelet uiteen en stortte tegelijkertijd onder zijn eigen gewicht in, terwijl hij in leven bleef, in de lengte en breedte groeide en de dominante plantensoort van die tijd werd.”

Het onderzoek roept verschillende vragen op. Bijvoorbeeld: waarom zijn de oudste bomen op aarde ook het ingewikkeldst? Dat is nog niet duidelijk. Ook wil Berry graag nog vaststellen hoeveel koolstof deze bomen uit de lucht haalden en of de bomen zo een stempel konden drukken op het aardse klimaat.
Scientias (https://www.scientias.nl/)    24-10-2017


2017 is topjaar voor de eikel
Alles lijkt erop dat 2017 een jaar wordt, waarin de bomen extra eikeltjes en beukennootjes laten vallen. En dat terwijl de omstandigheden verre van perfect waren.

Lammert Kragt stapt de Flevolandse blubber in. De boomexpert is ’teamleider beheer en productie’ bij Staatsbosbeheer en onderzoekt hier de zaden en vruchten van vele boomsoorten. „Het was een uitstekend eikeljaar”, vertelt Kragt enthousiast. „Maar aan het weer heeft dat niet gelegen. Het is nog wel te vroeg om te zeggen of we een mastjaar hebben dit jaar.”

Zo’n mastjaar is een jaar dat eens in de zoveel tijd voor komt. Wanneer dat is, daar is eigenlijk geen peil op te trekken. Soms tien jaar niet, en soms twee jaar achter elkaar.

Tijdens een mastjaar kunnen eikenbomen 600 tot 1200 kilo eikels per hectare (100 bij 100 meter) laten vallen, zo blijkt uit Duits onderzoek. Dat kan oplopen tot vijftig kilo eikels per boom van honderdtwintig jaar oud. Normaal is dat zo’n tien tot dertig procent van die hoeveelheid: een kilo of tweehonderd per hectare.

„Eigenlijk gingen we er vanuit dat zo’n mastjaar een gevolg was van perfecte weersomstandigheden”, vertelt expert Kragt. „Maar dat is het dit jaar allesbehalve geweest: strenge en lange nachtvorst in het voorjaar, een bij vlagen koude en donkere zomer en een warme nazomer. Daarom is het vreemd dat dit zo’n goed eikeljaar is.”

De zaden- en vruchtenexpert doet onderzoek naar hoe dat kan. „Een aantal jaar geleden was het zelfs nog meer. Onze Duitse collega’s maken onderscheid tussen ’volmast’ en ’halfmast’. Het zou kunnen dat we nu te maken hebben met een halfmast.” Dat zou neerkomen op 300 tot 600 kilo eikels per hectare.

Ook meerdere boomkwekerijen in het land merken dat er dit jaar iets bijzonders aan de hand is met eikenbomen. Eén van de broers Van den Berk van Van den Berk Boomkwekerijen kan ’inderdaad hetzelfde constateren’: „Het is een fantastisch jaar voor de eikels”, zegt hij lachend. „Dat is natuurlijk best grappig, maar het gekke is dat we dat eens in de zoveel jaar zien, zonder dat daar direct een aanleiding voor is. Want inderdaad: het weer was voor de bomen niet echt ideaal.”

Het seizoen dat volgt op een mastjaar is voor jagers een populaire periode. Door het overvloed aan voedsel in het bos (wilde zwijnen zijn dol op eikels) neemt na een mastjaar altijd de wildpopulatie toe.

Ook eekhoorntjes lusten wel pap van de eikels, en dat is volgens Imke Boerma van Staatsbosbeheer essentieel voor het voortbestaan van de boom: „De eikel valt niet ver van de eik. Eikels die in de schaduw van de boom liggen, doen het echter slecht. Ze zijn afhankelijk van eekhoorns en vogels die het eikeltje meenemen, het verstoppen en vervolgens vergeten. Als de omstandigheden dan goed zijn, groeit er zo een nieuwe boom...”
De Telegraaf (https://www.telegraaf.nl)     22-10-2017


Deze linde in Namen is de boom van het jaar in Belgie
De titel van Belgische boom van het jaar 2017 werd toegekend aan Le Tilleul du Vî Pays in Bioul, in de Naamse gemeente Anhée. De lindeboom haalde 1.701 stemmen en zal ons land nu vertegenwoordigen op de Europese verkiezing van boom van het jaar. Dat meldt de Fondation Wallonne pour la Conservation des Habitats donderdag, die de Waalse editie dit jaar organiseerde.

Le Tilleul du Vî is de grootste lindeboom met kleine bladen van het land, stelt de stichting. Hij doorstond eeuwen van klimatologische en historische gebeurtenissen, en weet volgens de stichting tot op vandaag de lokale bevolking te boeien.

De boom haalde het van de Le Gros tilleul de Braffe (provincie Henegouwen - 621 stemmen), Le Monument vivant (Brussels Hoofdstedelijk Gewest - 576 stemmen), Le Béni Hesse (provincie Luxemburg - 334 stemmen), L’arbre Rucher (provincie Waals-Brabant - 307 stemmen) en Le Chêne des Macrâles (provincie Luik - 288 stemmen).

Voor de Belgische Boom van het Jaar komen afwisselend bomen uit Vlaanderen en Brussel of uit Wallonië en Brussel aan de beurt. Aan de wedstrijd hangt dit jaar een geldprijs van 2.500 euro vast.

De wedstrijd is gebaseerd op de Europese Boom van het Jaar-wedstrijd, die in 2002 voor het eerst georganiseerd werd in de Tsjechische Republiek met 15 deelnemende landen. De bedoeling is om de kennis en interesse voor bijzondere bomen te promoten.
Het Nieuwsblad (http://www.nieuwsblad.be/)    18-10-2017